Mytylschool De Trappenberg - VSO EMB (Ernstig Meervoudig Beperkten)

Onderwijs voor EMB leerlingen in het (V)SO

Mytylschool De Trappenberg heeft een afdeling waar leerlingen van 4-18 jaar (met uitzondering tot 20 jaar) met een ernstige meervoudige beperking (EMB) onderwijs ontvangen. De leerlingen van 4-12 jaar zijn onder gebracht in de afdeling Speciaal Onderwijs (SO). Leerlingen van 12 jaar en ouder gaan naar het Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO).

 

De EMB-afdeling is bedoeld voor leerlingen die of een ernstige verstandelijke beperking hebben, met een ontwikkelingsleeftijd lager dan 3 jaar, en/of leerlingen die een ernstige motorische beperking hebben, dusdanig dat zij de zorg, sfeer en onderwijs van een kleine klas nodig hebben.

 

Visie op de doelgroep

Wij zien leerlingen met mogelijkheden. Op onze school krijgt iedere leerling onderwijs dat aansluit bij zijn/haar mogelijkheden en onderwijs- en ondersteuningsbehoeften. We bieden een veilige omgeving waarin actief leren centraal staat. Speciaal onderwijs betekent bij ons: de leerling ondersteunen om de vaardigheden op de verschillende ontwikkelingsgebieden zo zelfstandig mogelijk te leren uitvoeren. Dat doen we met leerroutes op maat, waarin passende ontwikkelingsdoelen van de CED-leerlijnen specifiek op EMB leerlingen zijn afgestemd. Waar nodig werkt de leerling met aangepaste leer- en communicatiemiddelen, waardoor de leerling zich zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen. Ons onderwijs is voorzien van gespecialiseerde leerkrachten en (zorg)assistenten die nauw samenwerken met de therapeuten in de klas. Door de leerling op zijn/haar eigen niveau aan te spreken en te kijken naar wat de leerling aan kan, wordt het maximale bereikt.

 

Organisatie

De afdeling EMB onderscheidt twee verschillende afdelingen:

  • het speciaal onderwijs (SO) en
  • het voortgezet speciaal onderwijs (VSO)

 

In het SO wordt er voornamelijk gewerkt met kennisvaardigheden; spelenderwijs leren, ontdekken en zintuigelijke waarneming.


In principe kent het SO acht leerjaren, indien noodzakelijk kan er een uitzondering gemaakt worden voor een negende leerjaar. Dit hangt af van meerdere factoren in het verloop van de ontwikkeling.


Dit besluit zal door de commissie van begeleiding genomen moeten worden en is terug te vinden in het Ontwikkelingsperspectief (OPP).  

 

In het VSO bestaat het programma uit doelgerichte en betekenisvolle activiteiten waarbij de communicatie en zelfredzaamheid centraal staan voor het uitvoeren van klussen en taken. De focus ligt op de voorbereiding van hun dagelijks leven en de nabije toekomst van wonen en dagbesteding en/of vrije tijd. De onderwerpen sluiten aan bij de leef- en belevingswereld van de jongeren.

 

Een jongere op het VSO kan op het gebied van communicatie of sociaal-emotionele ontwikkeling nog steeds op een ontwikkelingsniveau van onder de 36 maanden functioneren. Daarentegen heeft de jongere wel al jaren levenservaring opgedaan en tevens komt zijn of haar lichaam in de puberteit. Dit is van invloed op zijn of haar belevingswereld.

 

De EMB klassen zijn ingedeeld in heterogene groepen. Hierbij zijn leerlingen van meerdere leeftijden samen ingedeeld. Op grond van sociaal emotionele ontwikkeling, cognitief ontwikkelingsniveau, zorgvragen, zorgzwaarte en communicatieve mogelijkheden.

 

Passend, praktisch en actief

Op schoolniveau gaan wij Passend, Praktisch en Actief te werk. Voor de EMB-afdeling ziet dit er als volgt uit:

 

Passend

EMB leerlingen leren door ervaringen op te doen en activiteiten uit te voeren in passende situaties. Door een duidelijk herkenbare structuur en rituelen leren de leerlingen situaties te herkennen en relaties te leggen. Ook bij deze leerlingen werken we doelgericht, in kleine ontwikkelingsstappen naar de toekomst. Dat doen we met leerroutes op maat, waarin passende ontwikkelingsdoelen van de CED-leerlijnen (Plancius en/of ZML 1-3) specifiek op EMB-leerlingen zijn afgestemd.

 

Praktisch

Het lesaanbod wordt vormgegeven middels aanleren van praktische vaardigheden; voor zowel SO als VSO zijn dit de kooklessen, naar de winkel gaan, bibliotheek, crea en het VSO maakt nog gebruik van taakgerichte activiteiten (o.a. oud papier ophalen en klassen voorraden aanvullen).

 

Actief

De leerlingen worden actief betrokken bij de onderwijsactiviteiten. Dit gebeurt door adequaat af te stemmen op het alertheidsniveau van de leerling. Waar nodig werkt de leerling actief met aangepaste leer- en communicatiemiddelen, waardoor de leerling zich zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen.

 

Vormgeving onderwijs

Werken met Leerlingvolgsysteem (LVS)

Voor alle leerlingen houden we scores in een leerlingvolgsysteem bij. We werken met de Stamlijnen en de 5 domeinen van de CED Plancius leerlijnen. Er is sprake van een doorlopende leerlijn van het EMB SO naar het EMB VSO en daardoor kan aangesloten worden op de CED ZML leerlijnen.

 

Iedere leerlijn van de Plancius kent dezelfde opbouw in niveaus:

  • een Stamlijn met niveau A en B en
  • een Plancius leerlijn met niveau 1 t/ 6

 

Onderstaande afbeelding laat zien hoe de leerlijnen zijn opgebouwd en geeft weer welke ontwikkelingsleeftijd bij welk niveau past.

 

Ontwikkelingsleeftijden bij niveau

Ontwikkelingsleeftijden bij niveaus (bron: CEDgroep.nl)

 

Plancius leerlijnen

De Plancius-leerlijnen bestaan uit de volgende domeinen:

 

  • Sociaal-emotionele ontwikkeling
    Bij deze leerlingen zijn de emotionele en sociale ontwikkeling sterk met elkaar verweven. Het accent ligt op het leggen van een basis voor een goede emotionele ontwikkeling.

 

  • Spelontwikkeling (SO)
    De leerling begint met het ontdekkend spelen van eigen lichaamsdelen. Bij sensopathisch spel ontdekt de leerling op spelenderwijs verschillende materialen.

 

  • Taakontwikkeling (VSO)
    Voor het VSO is de leerlijn spelontwikkeling omgezet in de leerlijn taakontwikkeling. De doelen verwijzen naar VSO-taken, zoals de was opvouwen en sorteren.

 

  • Sensomotoriek
    De activiteiten die de sensomotoriek stimuleren doen een beroep op de zintuigen (zien, horen, voelen, ruiken, proeven) en op de motoriek (grove- en fijne motoriek en evenwicht).

 

  • Communicatie
    In het domein communicatie zitten zes componenten: Communicatieve voorwaarden, voorwaarden voor de spraakontwikkeling, inhoud passief, inhoud actief, gebruik en vorm. Inhoudelijk wordt er gewerkt aan de woordenschat, gebaren, picto’s/foto’s. Alsook aan het toepassen en begrijpen van communicatieve functies.

 

  • Zelfredzaamheid
    In het domein zelfredzaamheid werken de leerlingen aan de volgende componenten: hygiëne, eten/drinken, aan- en uitkleden.


De aanvullende ZML leerlijnen 1-3 bestaan uit de volgende domeinen:

  • Mondelinge Taal (domein Communicatie)
    - Communicatieve voorwaarden
    - Inhoud: passief en actief
    - Gebruik
    - Vorm

 

  • Leren Leren (Taakontwikkeling)
    - Taakaanpak
    - -Hulpvragen
    - Zelfstandig doorwerken

 

  • Sociaal-emotioneel
    - Emotioneel: Keuze maken, Opkomen voor jezelf en omgaan met gevoelens
    - Sociaal: Ervaringen delen en aardig doen

 

Methodes

Voor onze leerlingen werken we met bronnenboeken en met onderdelen van EMB methodes.


Op school wordt gebruik gemaakt van:

Bij de CED Plancius leerlijnen behoren de:
- Activiteitenkaarten
- Uitlokkaarten (observaties)
- Dagmomentkaarten
- Themakaarten

 

Methode: Ervaar het maar
Lesideeën worden onder meer gebaseerd op de principes van ‘ervaar het maar’. Zo hanteren we de boeken Ervaar het maar met lichaamsgerichte activiteiten voor het SO, Ervaar het maar knutselen voor het SO en VSO en Ervaar het maar met praktische vaardigheden voor het VSO.

 

Bronnenboek; De Vijfwijzer
De vijfwijzer is een ontwikkelboek voor leerlingen met een IQ tot 35 met bijkomende problematiek. In dit bronnenboek zijn voor elk domein van de Plancius-leerlijnen activiteitenkaarten ontwikkeld.

 

Vaklessen
Voor de lessen muziek en bewegingsonderwijs (gymnastiek en zwemmen) zijn door de betreffende vakdocenten leerdoelen opgesteld.

 

Sociaal- emotionele ontwikkeling

Naast de hierboven genoemde bronnenboeken wordt met onderstaande instrumenten gewerkt aan de sociaal-emotionele ontwikkeling.

 

  • Voor de begeleiding van de sociaal- emotionele ontwikkeling maken we gebruik van de speelleerset Hopla, voel je goed.
  • Tevens zijn we in januari 2017 gestart met de methode ‘De Vijf Olifanten’.
  • Om de individuele ontwikkelingen op sociaal-emotioneel gebied te kunnen monitoren wordt er gebruik gemaakt van de AuReCool.

 

Meer informatie over de laatste twee punten, kunt u vinden via bovenstaande links.

 

Revalidatie & onderwijs

Samenwerking tussen school en revalidatieteam vindt o.a. plaats tijdens het werken in therapieblokken. Tijdens deze blokken zijn therapeuten in de klas en wordt er interdisciplinair gewerkt aan de verschillende onderwijs- en revalidatiedoelen van de leerlingen. Vaak zijn de onderwijs en revalidatiedoelen overeenkomstig en is het belangrijk om in een functionele situatie met een leerling een nieuwe vaardigheid te oefenen. Bovendien wordt op deze wijze door een ieder op dezelfde manier aan een vaardigheid gewerkt en kan men ook optimaal leren van elkaars deskundigheid.

 

In de pauze